donderdag 23 april 2009

Stoma’s en de moeder van Bob

“Sommige remsporen krijg je nooit weg.” Aandachtig bekeek Bob zijn onderbroek. Het was de zoveelste in een korte tijd die artistiek besmeurd was met zijn fecale aarsmeer. Een soort oorsmeer, dacht Bob en hij lachte in zichzelf. Hij was ook zo gevat.

Maar hij beteugelde zijn enthousiasme. Misschien moest hij maar eens aan de tampons of aan het maandverband. Of aan een stoma, net als zijn moeder Lieke. Want zo doorgaan, dacht hij, was waanzin.

Lieke was niet echt de moeder van Bob, maar eigenlijk zijn stiefmoeder. Zij zat al twintig jaar in
een rolstoel. Een afscheidskadootje van haar ex-man. Die vond het toch wel zielig dat ze overal heen moest kruipen.

“Hallo mam”, zei Bob hoopvol in de hoorn van zijn telefoon. “Ik ben niet echt je moeder, he Bob”, zei Lieke. “Ach mam, dat is toch verleden tijd.” Bob is wat sommige mensen een optimist noemen. “Inderdaad”, verzuchtte Lieke. “Dat is al lang geleden. Waar bel je voor?”

“Hoe werkt dat nou zo’n stoma? Ik heb zo’n last van remsporen in mijn onderbroekjes.” Lieke viel stil. Bob voelde hoe een zweetdruppel langzaam op zijn voorhoofd naar beneden gleed. Het leek alsof ze allebei gestopt waren met ademhalen en ze langzaam stilletjes in een oceaan van overpeinzing verzopen.

“Wat was je vraag ook alweer?”

“Of je met een stoma van die vervelende remsporen afkomt!” Bob verloor bijna zijn zelfbeheersing en liet een zachte, maar daarom niet minder natte scheet. Niet weer, dacht hij, maar hij hield gelukkig zijn mond.

“Ja.” Was alles wat Lieke te zeggen had. Bob voelde zijn geest opveren. “Maar die doorlekplekken in je zij zijn ook niet helemaal fris.” Bobs geest was te vroeg geweest.

Toch zonk de moed hem niet in de schoenen en zei hij: “Ieder huisje z’n kruisje.” “Inderdaad.” Lieke was het met hem eens. Ook al was Bob dan een optimist, hij verloor nooit de realiteit uit het oog. “Bedankt mam voor de informatie!”

Hij hing op. Langzaam trok hij zijn broek uit. Op bijna rituele wijze speelde hij zijn onderbroekje uit. Hij bracht hem met beide handen naar zijn gezicht, snoof diep het donkerbruine aroma op en zei op berustende toon: “Sommige remsporen krijg je nooit weg.” Fin.

1 opmerking:

Anoniem zei

goede start